snik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord snik snikken
verkleinwoord snikje snikjes

Zelfstandig naamwoord

snik m [4] [5]

  1. een geluid dat men voortbrengt bij verdriet of pijn
    Hij verried zijn verdriet met een enkele snik.
  2. (scheepvaart) (geschiedenis) een historisch type zeilboot [6]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen snik
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

snik

  1. benauwend warm [8]
  2. niet goed ~ zijn niet goed bij zijn hoofd zijn [9]
    Ik zie je toch dat die niet goed snik was?
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
snikken

snik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snikken
    Ik snik.
  2. gebiedende wijs van snikken
    Snik!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snikken
    Snik je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. Woordenboek der Nederlandse taal
  7. etymologiebank.nl
  8. Woordenboek der Nederlandse taal
  9. Woordenboek der Nederlandse taal