snijder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snij·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord snijder snijders
verkleinwoord snijdertje snijdertjes

Zelfstandig naamwoord

snijder m [1]

  1. iets dat of iemand die snijdt
  2. (beroep) kleermaker, tailleur, coupeur
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen