snerpende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sner·pen·de

Werkwoord

vervoeging van: snerpen
verbogen vorm: snerpendee

snerpende

  1. verbogen vorm van snerpend, het onvoltooid deelwoord van snerpen

Bijvoeglijk naamwoord

snerpende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van snerpend
     'Misschien kunnen we het proberen'ging ze luid en met een snerpende stem verder, ze deed de ketting af, liep naar Johanne toe en gespte hem ruw vast.[1]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044625691