snelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snel·de

Werkwoord

vervoeging van
snellen

snelde

  1. enkelvoud verleden tijd van snellen
    • Ik snelde. 
    • Jij snelde. 
    • Hij, zij, het snelde.