sneeuwklokje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een sneeuwklokje.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·klok·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord sneeuwklokje sneeuwklokjes

Zelfstandig naamwoord

sneeuwklokje o dim. tant.

  1. (plantkunde) Galanthus nivalis op Wikispecies, een vroegbloeiend bolgewas met witte bloempjes
    • Het wordt lente, want de sneeuwklokjes staan al in bloei. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be