sneeuwjacht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·jacht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwjacht sneeuwjachten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sneeuwjacht v/m [1]

  1. sneeuwval met windstoten boven windkracht 5 waardoor er vaak weinig zicht is, afhankelijk van de intensiteit van de sneeuw
    • Het was 31 december. Sneeuwvlokken, diagonaal gestuurd, dwarrelden voor langs de A-kerk. De sneeuw kwam in rukken en bleef niet of nauwelijks liggen. De hagel- en sneeuwjachten volgden elkaar snel op, kort onderbroken door een haperende zon.[2] 
    • Omdat de wind in de noordelijke provincies is afgenomen, is het gevaar voor sneeuwjacht geweken. Sneeuwjacht is sneeuwval met windstoten boven windkracht 5, waardoor er sneeuwduinen ontstaan en het zicht erg beperkt is. [3] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Valens, Anton Het boek ont [2012] ISBN 978-90-457-0473-9 pagina 99
  3. de Standaard 10/januari/2010 door oom, llc