sneeuwbui

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·bui
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwbui sneeuwbuien
verkleinwoord sneeuwbuitje sneeuwbuitjes

Zelfstandig naamwoord

sneeuwbui v/m

  1. (meteorologie) een bui sneeuw
    • Sneeuwbuien hebben het treinverkeer ontregeld. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie