snebbe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneb·be
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van sneb met het achtervoegsel -e [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord snebbe snebben
verkleinwoord snebbetje snebbetjes

Zelfstandig naamwoord

snebbe v / m

  1. sneb

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen