snakkesalig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • snak·ke·sa·lig
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 36099
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud snakkesalig mer snakkesalig mest snakkesalig
o enkelvoud snakkesalig
meervoud snakkesalige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
snakkesalige mer snakkesalig mest snakkesalige

Bijvoeglijk naamwoord

snakkesalig

  1. praatgraag, praatziek
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • snakkesalige damer
spraakgraage vrouwen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • snak·ke·sa·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud snakkesalig meir snakkesalig mest snakkesalig
o enkelvoud snakkesalig
meervoud snakkesalige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
snakkesalige meir snakkesalig mest snakkesalige

Bijvoeglijk naamwoord

snakkesalig

  1. praatgraag, praatziek
Synoniemen