snaai

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snaai
enkelvoud meervoud
naamwoord snaai snaaien
verkleinwoord snaaitje snaaitjes

Zelfstandig naamwoord

snaai m [1]

  1. het snaaien
  2. voordeeltje
  3. de te veroveren gouden bal bij het spel zwerkbal (Harry Potter)

Werkwoord

vervoeging van
snaaien

snaai

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snaaien
    • Ik snaai. 
  2. gebiedende wijs van snaaien
    • Snaai! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snaaien
    • Snaai je? 

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen