smoorheet
Uiterlijk
- smoor·heet
- In de betekenis van ‘zeer heet’ voor het eerst aangetroffen in 1694 [1]
- intensief, samenstelling van smoor ww en heet
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | smoorheet |
| verbogen | smoorhete |
| partitief | smoorheets |
smoorheet
- heel erg heet, intens drukkend heet
- Het is een smoorhete zomer.
- Het woord smoorheet staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "smoorheet" herkend door:
| 81 % | van de Nederlanders; |
| 65 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ "smoorheet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Intensief in het Nederlands
- Intensivering in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 81 %
- Prevalentie Vlaanderen 65 %