smijten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smij·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
smijten
smeet
gesmeten
klasse 1 volledig

Werkwoord

smijten

  1. (overgankelijk) hard gooien of werpen
    Hij smeet de bal ontzettend ver.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl