smeulen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smeu·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
smeulen
/ˈsmø.lə(n)/
smeulde
/ˈsmøl.də/
gesmeuld
/ɣə.ˈsmølt/
zwak -d volledig

Werkwoord

smeulen

  1. (inergatief) zacht en langzaam branden zonder vlammen
    Na de brand lagen de brokstukken nog urenlang te smeulen.
  2. (figuurlijk) verborgen aanwezig zijn
    Hoewel niemand het openlijk zal toegeven, broeit de opstand en smeult het verzet.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen