smeet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smeet

Werkwoord

vervoeging van
smijten

smeet

  1. enkelvoud verleden tijd van smijten
    • Ik smeet. 
    • Jij smeet. 
    • Hij, zij, het smeet. 

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.