smeekbede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smeek·be·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord smeekbede smeekbedes
smeekbeden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

smeekbede v/m [1]

  1. een dringend maar onderdanig gesteld verzoek
    • In Willemstad dobberen tientallen fruitbootjes van Venezolaanse eigenaren langs de kade. Eduardo Hernandez (39) heeft een vergunning: hij mag een aantal maanden per jaar zijn fruit in Curaçao verkopen en vaart op en neer. Regelmatig krijgt hij smeekbeden van Venezolanen die mee willen op zijn boot naar Curaçao. „Ik kan mijn vergunning niet op het spel zetten. Maar het doet pijn. Venezuela is compleet verarmd en veranderd in een dictatuur, maar wat kan ik doen?” [2] 
     Er werd verteld hoe eens een abt verbood in zijn klooster Sinterklaasliedjes te zingen, niettegenstaande de smeekbeden van de monniken.[3]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Nina Jurna 21 april 2017
  3. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 14
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be