smachten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smach·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kwijnen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
smachten
smachtte
gesmacht
zwak -t volledig

Werkwoord

smachten

  1. inergatief ~ naar een bijzonder sterk verlangen hebben naar iets dat men ontbeert
    • Na de lange tocht door de woestijn smachtte hij naar koel water. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen