smachten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smach·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
smachten
smachtte
gesmacht
zwak -t volledig

Werkwoord

smachten

  1. inergatief ~ naar een bijzonder sterk verlangen hebben naar iets dat men ontbeert
    • Na de lange tocht door de woestijn smachtte hij naar koel water. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.