smaad
Uiterlijk
- smaad
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | smaad | smaden |
| verkleinwoord | - | - |
de smaad m
- aantasting van iemands eer of goede naam in woord of geschrift (niet per se door het verstrekken van onjuiste feiten)
- In Nederland is smaad een specifieke vorm van strafbare belediging, waarbij men de eer of goede naam van iemand aantast door tenlastelegging van een bepaald feit en met het doel daar ruchtbaarheid aan te geven.
| vervoeging van |
|---|
| smaden |
smaad
- Het woord smaad staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "smaad" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "smaad" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ smaad op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be