slungelig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slun·ge·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen slungelig slungeliger slungeligst
verbogen slungelige slungeligere slungeligste
partitief slungeligs slungeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

slungelig

  1. een slungelig persoon is meestal lang, mager, onhandig, jong en mannelijk vaak een puber in de groeispurt
    • De slungelige jongen stootte het kopje van de tafel. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be