Naar inhoud springen

sluit

Uit WikiWoordenboek
  • sluit
vervoeging van
sluiten

sluit

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van sluiten
  2. gebiedende wijs van sluiten
     Ik ga weer liggen en sluit mijn ogen, terwijl ik geluidloos een mantra zing.[1]
     Hij sluit zijn telefoon.[1]
     Ze sluit de gordijnen, slaat haar omslagdoek dichter om zich heen en gaat op een stoel in de hoek zitten, omdat ze liever niet in haar reusachtige bed kruipt.[2]
stellend
onverbogen sluit
verbogen -
partitief sluits

sluit

  1. (Suriname) gierig, geldbelust
  2. (Suriname) te veel hangend aan bezit, gereserveerd, niet spontaan
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be