sluit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sluit

Werkwoord

vervoeging van
sluiten

sluit

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van sluiten
  2. gebiedende wijs van sluiten
stellend
onverbogen sluit
verbogen -
partitief sluits

Bijvoeglijk naamwoord

sluit

  1. (Suriname) gierig, geldbelust
  2. (Suriname) teveel hangend aan bezit, gereserveerd, niet spontaan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.