sluikstorten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sluik·stor·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sluikstorten
sluikstortte
gesluikstort
zwak -t volledig

Werkwoord

sluikstorten

  1. inergatief illegaal afval storten
    • De mensen die daar gesluikstort hebben zijn nog steeds niet opgepakt. 

Zelfstandig naamwoord

sluikstorten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord sluikstort

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be