sloopten
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sloop·ten
Werkwoord
vervoeging van |
---|
slopen |
sloopten
- meervoud verleden tijd van slopen
- Wij sloopten.
- Jullie sloopten.
- Zij sloopten.
- Wij sloopten.