sloomheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sloom·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sloomheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sloomheid v

  1. het traag zijn met name ook het traag zijn van begrip
    • Bij een besmetting met het usutuvirus kunnen de volgende symptomen worden waargenomen: algehele malaise, sloomheid, 'bol'zitten, niet meer drinken, naar adem happen, spierzwakte (bijvoorbeeld niet meer opvliegen, alleen nog maar laag blijven en meteen weer gaan zitten), vleugels en kop laten hangen en evenwichtsstoornissen.[1] 
    • Daarom beoordeelt de EMA, Bravecto elk half jaar. Zij onderzoekt de meldingen en adviseert MSD of het nodig is om de bijsluiter aan te passen of het middel terug te trekken uit de markt. Nog nooit werd er een negatief advies gegeven, tot de laatste check van vorige maand. Die toonde een zeer kleine kans op lethargie (sloomheid). Het is de eerste aanpassing in de bijsluiter die MSD moet doen sinds het middel op de markt is. Maar misschien niet de laatste, de EMA is namelijk op dit moment bezig om alle gegevens nogmaals te analyseren.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Tubantia 06-SEPTEMBER-2017
  2. Tubantia Merel van Beers 22-APRIL-2017
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be