sloom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sloom
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sloom slomer sloomst
verbogen slome slomere sloomste
partitief slooms slomers -

Bijvoeglijk naamwoord

sloom

  1. ongebruikelijk traag, gewoonlijk in de zin van traag van begrip
    • Oh, dat is de sloomste jongen van de klas. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.


Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to sloom
he/she/it slooms
verleden tijd sloomed
voltooid
deelwoord
sloomed
onvoltooid
deelwoord
slooming
gebiedende wijs sloom

Werkwoord

sloom

  1. (verouderd) luid snurkend in diepe slaap verzonken zijn.