sloffend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slof·fend

Werkwoord

vervoeging van: sloffen
verbogen vorm: sloffende

sloffend

  1. onvoltooid deelwoord van sloffen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sloffend sloffender sloffendst
verbogen sloffende sloffendere sloffendste
partitief sloffends sloffenders -

Bijvoeglijk naamwoord

sloffend

  1. heel rustig lopend waarbij de voeten over de grond slepen
    • Favo restaurant: ,,Balti House, dat is een Indiaas restaurant in de Amsterdamse Pijp. Ik ben dol op Indiaas eten. Ik word er warm van. Maar ook de relaxte sfeer is super. Geen stressvolle obers, maar een heerlijk sloffende bediening.’’ [1] 
    • Een sloffende ober brengt koffie, medialunas en de krant. Bovenin de hoek hangt een televisie, een 24-uurs-herhaling van nieuwsbeelden en schreeuwende headlines met de volumeknop op nul. [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Tubantia Onno Lakeman 13-09-18 Carry Slee: ‘Ringo Starr vond ik er zo lief uitzien’
  2. De Telegraaf Hanneke Vaanhold ELSKE VAN DER VELDEN 02 jan. 2013