Naar inhoud springen

sloeg

Uit WikiWoordenboek
  • sloeg
vervoeging van
slaan

sloeg

  1. enkelvoud verleden tijd van slaan
    • Ik sloeg. 
    • Jij sloeg. 
    • Hij, zij, het sloeg. 
     ‘No, I meant your trail name!’ en hij sloeg met zijn handen op de houten tafel waardoor mijn cola bijna omviel.[1]
     Lawrie sloeg zijn ogen neer en pakte het papier op.[2]
97 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be