slobberig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slob·be·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen slobberig slobberiger slobberigst
verbogen slobberige slobberigere slobberigste
partitief slobberigs slobberigers -

Bijvoeglijk naamwoord

slobberig [1]

  1. van kleding: dat ze te ruim zit
    • Creatief directeur Glenn Martens ontwierp hoge, slobberig om de benen zittende versies die tot het kruis reiken, gedragen door zowel mannen als vrouwen. „Een paar Uggs aantrekken voelt alsof je je voet in een pot warme boter steekt”, zei Martens in het persbericht. „Ik dacht: waarom zou ik dat gevoel niet versterken door je volledige been erin onder te dompelen?” [2] 
    • Er zijn hokjes in gebouwd waar je je kunt omkleden, maar dat vinden de meeste mensen maar gedoe. Dus stuit ik niet zelden op bejaarde mannen in slobberige onderbroeken die staan te stuntelen met hun joggingbroek. [3] 
    • Dezelfde krant en de zusterbladen hebben de afgelopen maanden geprobeerd alle breuklijnen in de gespleten familie Markle ten eigen voordele uit te buiten, maar stelt nu dat het voor Thomas niet makkelijk zal zijn om de Queen te ontmoeten, zijn slobberige t-shirt te verruilen voor een jacquet en de aandacht te trekken. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Nathalie Wouters 1 maart 2018 Lekker modieus op je lelijke schoenen
  3. De Telegraaf EVELINE BIJLSMA 08 dec. 2017 Oh la la! Fransen juist preutser
  4. De Telegraaf 06 mei 2018 Meghan is bezeten van het weer