slippendrager

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sportprent n.a.v. de Tweede Kamerverkiezingen 1913 op Wikipedia (nl).
De aartsbisschop van Utrecht wandelend richting Domkerk met J.S.F. van Hoogstraten en J.A. Roëll als slippendragers.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slip·pen·dra·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slippendrager slippendragers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slippendrager m [2]

  1. (pejoratief) iemand die op een slaafse manier iets of iemand dient; onderdanig persoon
    • Burgemeester Peter den Oudsten zakte van 11 naar 19. ‘Iemand met de vaardigheid van het woord’, die wat minder ‘de slippendrager’ van Marijke van Hees, leider van de (nog wel) oppermachtige PvdA [3] 
    • Om in de Tweede Kamer de slippendragers van de regeerders een pensioenpremieverlaging (lees: belastingverhoging) te horen promoten, is zo doorzichtig als kristalglas. Olli Rehn wil de áángever wel zijn van een vervroegde verdere afbraak van de hypotheekrenteaftrek in ons land. Zo kan deze coalitie haar handen dan opnieuw in onschuld wassen. Handig, zo’n Brusselse afvalcontainer.Apropos, Vlaanderen... [4] 
    • In Somalië worden nu verspreid over enkele weken verkiezingen gehouden voor een nieuw parlement. Zo'n 14.000 mensen uit de verschillende deelstaten zijn gekozen om 275 vertegenwoordigers te kiezen in het parlement, die uiteindelijk een president aanwijzen. Volgens al-Shabaab zijn alle kandidaten slippendragers van het buitenland. [5] 
  2. een van de personen die in een begrafenisstoet naast de kist meelopen om de slippen vast te houden van het doek dat over de kist ligt
    • Buiten de grote steden bestond de bemanning gewoonlijk uit een chauffeur-ziekendrager die als het even kon een EHBO-diploma had. Ze hadden hun dagelijks werk als monteur in een garage of als slippendrager bij een begrafenisondernemer. [6]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen