Naar inhoud springen

slibberig

Uit WikiWoordenboek
  • slib·be·rig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen slibberigslibberigerslibberigst
verbogen slibberigeslibberigereslibberigste
partitief slibberigsslibberigers-

slibberig [2]

  1. nat, glad, koud en smerig door slib en modder
    • Wadend door het brakke water trekt de stoet door de donkere gangen. „Het is hier vrij slibberig”, waarschuwt Beerten. „Ge moet voorzichtig blijven.” Lampjes lichten op in het duister. Er sijpelt water naar beneden. De gids waarschuwt voor verraderlijke geultjes. [3] 
    • Hij had die julidag precies de weersomstandigheden waarin hij excelleert: veel regen. Dan kan Boom – die ook veldrijder is – zijn crosstalent op de modderige, slibberige weggetjes goed gebruiken. [4] 
70 %van de Nederlanders;
83 %van de Vlamingen.[5]