sleutelwoord

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sleu·tel·woord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sleutelwoord sleutelwoorden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sleutelwoord o

  1. (informatica) een reserveerd woord dat in een computertaal een vaste functie heeft
    • Woorden als IF, THEN en ELSE zijn sleutelwoorden in een aantal programmeertalen. 
Schrijfwijzen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be