sleutelpersoontje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sleu·tel·per·soon·tje

Zelfstandig naamwoord

sleutelpersoontje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord sleutelpersoon