sleutelbos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een sleutelbos.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sleu·tel·bos
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sleutelbos sleutelbossen
verkleinwoord sleutelbosje sleutelbosjes

Zelfstandig naamwoord

sleutelbos m

  1. een aantal sleutels dat aan eenzelfde ring of band hangt
    • Verlies je sleutelbos niet! Je zou je auto niet meer in kunnen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.