slemmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slem·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
slemmen
slemde
geslemd
zwak -d volledig

Werkwoord

slemmen

  1. overgankelijk (bouwkunde) met een blokkwast kalkmortel op een bakstenen ondergrond aanbrengen
    • Die muur moet nog geslemd worden. 
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

slemmen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord slem

Gangbaarheid