Naar inhoud springen

slee

Uit WikiWoordenboek
  • slee
  • In de betekenis van ‘voertuig op ribben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1266 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord slee sleeën
verkleinwoord sleetje sleetjes

desleev/m [2] [3]

  1. (verkeer) een vervoermiddel dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders
  2. voorwerp dat gelijkenis hiermee vertoont en kan glijden bijv. een braadslee of een zaagslee
  3. (informeel) zeer luxueuze personenauto
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen sleesleeërsleest
verbogen sleeësleeëresleeste
partitief sleessleeërs-

slee [4]

  1. zuur, scherp, wrang, de tanden stroef makend
vervoeging van
sleeën

slee

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleeën
    • Ik slee. 
  2. gebiedende wijs van sleeën
    • Slee! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleeën
    • Slee je? 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]