slee

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slee
enkelvoud meervoud
naamwoord slee sleeën
verkleinwoord sleetje sleetjes

Zelfstandig naamwoord

slee v/m

  1. een vervoermiddel dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders
  2. voorwerp dat gelijkenis hiermee vertoont en kan glijden bijv. een braadslee of een zaagslee
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
sleeën

slee

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleeën
    Ik slee.
  2. gebiedende wijs van sleeën
    Slee!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleeën
    Slee je?

Meer informatie