slechtje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slecht·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slechtje
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slechtje o [2]

  1. voetpad naast een straat of weg
  2. slecht persoon
  3. het vlakke water tussen twee golven in

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
31 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen