slagzij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

schip dat slagzij maakt
Uitspraak
Woordafbreking
  • slag·zij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slagzij
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slagzij v/m [2]

  1. door schade sterk naar één kan overhellen van een schip zonder dat het al echt omgeslagen is
    • Een onder Panamese vlag varend vrachtschip is stuurloos en dreigt slagzij te maken in de Golf van Biskaje. Bergers van de Nederlandse onderneming Smit Salvage zijn ter hulp geroepen om het schip de Modern Express te redden en te voorkomen dat het op de Franse kust slaat. [3] 
  2. (figuurlijk) heel sterk naar één kant overhellen
    • Ze kwamen allemaal aangestormd om me te helpen. Dat is ook niet zo gek. Een zwangere vrouw met een klein kind op de arm klapt zomaar op de grond. Ik ging languit, snap je. Als een schip dat slagzij maakt. En al die behulpzame mensen hielpen me weer op de been, klopten me af en vroegen hoe het ging.' [4] 
  3. (figuurlijk) schade opgelopen hebben
    • De Belgische rederij Exmar zit in erg woelig vaarwater. Het aandeel maakt slagzij op de Brusselse beurs. De moeizame herfinanciering van een lening en de zoektocht naar klanten voor vernieuwende maar dure projecten doen vragen rijzen over de toekomst. ‘Er is geen reden tot paniek’, verzekert topman Nicolas Saverys. [5] 
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. slagzij op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Tubantia 12-januari-2017
  4. Knausgard, Karl Ove Vrouw 2015 ISBN 978-90-445-3227-2 pagina 885
  5. de Standaard WOENSDAG 14 JUNI 2017