slagman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slag·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slagman slagmannen
verkleinwoord slagmannetje slagmannetjes

Zelfstandig naamwoord

slagman m

  1. (sport) iemand die aan de beurt is om te slaan
    • De slagman sloeg de bal uit. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.