slagkracht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slag·kracht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slagkracht
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slagkracht v/m [1]

  1. de doortastendheid waarmee men optreedt
    • Als de moord op Bakkali een reactie is op het afleggen van getuigenverklaringen door zijn broer, maar dat is uiteraard nog in onderzoek, dan is het een teken van de slagkracht van de organisatie achter de moord.[2] 
  2. de inzetbaarheid van een leger
    • De slagkracht blijft beperkt tot twee middelgrote stabilisatie- of trainingsmissies in het buitenland (zoals nu in Mali en Irak) en de inzet van maximaal vier jachtvliegtuigen (zoals nu in Irak en de Baltische Staten). De marine komt nog niet verder dan het langdurig inzetten van twee oppervlakteschepen.[3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool MAARTEN VAN DUN & PAUL VUGTS 29 MAART 2018 Waarom is de broer van de kroongetuige vermoord?
  3. Het Parool RAYMOND BOERE EN HANNEKE KEULTJES 26 MAART 2018 Militair mag weer in uniform over straat