slagboom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een neergehaalde slagboom met stopteken verhinderde de doorgang
slagboom

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slag·boom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slagboom slagbomen
verkleinwoord slagboompje slagboompjes

Zelfstandig naamwoord

slagboom m

  1. balk die dwars over een weg kan worden neergelaten als afsluiting
    • De slagboom ging neer en verhinderde de naderende auto de spoorweg over te steken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie