slachtrijp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slacht·rijp
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen slachtrijp slachtrijper slachtrijpst
verbogen slachtrijpe slachtrijpere slachtrijpste
partitief slachtrijps slachtrijpers -

Bijvoeglijk naamwoord

slachtrijp [1]

  1. van vee dat het zo groot en vet geworden is dat het genoeg vlees bevat om geslacht te kunnen worden
    • De sector bestaat uit ondernemingen met voedsters, konijnen die jongen werpen. Zodra de jonkies bij hun moeder weg kunnen, worden ze op andere bedrijven vetgemest tot ze slachtrijp zijn. In Overijssel en Gelderland worden een kleine 73.000 vleeskonijnen opgefokt die vaak op de kerstdis belanden. [2] 
    • Wakker Dier riep eind januari 40 Nederlandse supermarkten, fastfoodketens en A-merken op geen plofkippen meer te verkopen. Dit zijn vleeskuikens die in stallen dicht op elkaar zitten. Ze zijn erg doorgefokt. Hierdoor zijn ze sneller slachtrijp, maar krijgen ze ook fysieke problemen. [3] 

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen