Naar inhoud springen

slaat

Uit WikiWoordenboek
  • slaat
vervoeging van
slaan

slaat

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaan
    • Jij slaat. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaan
    • Hij slaat. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van slaan
    • Slaat! 
     Plots slaat Lot haar ogen open, alsof ze voelt dat ik naar haar kijk.[1]
     U slaat een geheel nieuw pad in.[2]
     ' 'En voelde dat dan niet alsof je iets deed? Moeten we ons niet allemaal opofferingen getroosten - dat is toch zo'n beetje jouw credo waar je me al mee om mijn oren slaat sinds we elkaar kennen?' 'Wat voor opofferingen getroost jij je Olive? Voor zover ik kan zien, beschouw je dit als één grote grap.[2]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704