slaat
Uiterlijk
- slaat
| vervoeging van |
|---|
| slaan |
slaat
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaan
- Jij slaat.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaan
- Hij slaat.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van slaan
- Slaat!
- ▸ Plots slaat Lot haar ogen open, alsof ze voelt dat ik naar haar kijk.[1]
- ▸ U slaat een geheel nieuw pad in.[2]
- ▸ ' 'En voelde dat dan niet alsof je iets deed? Moeten we ons niet allemaal opofferingen getroosten - dat is toch zo'n beetje jouw credo waar je me al mee om mijn oren slaat sinds we elkaar kennen?' 'Wat voor opofferingen getroost jij je Olive? Voor zover ik kan zien, beschouw je dit als één grote grap.[2]
- Het woord slaat staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- 1 2 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Verouderd in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal