slaapzaal
Uiterlijk
- slaap·zaal
- samenstelling van slaap ww en zaal [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | slaapzaal | slaapzalen |
| verkleinwoord | slaapzaaltje | slaapzaaltjes |
- zaal die bestemd is om in te slapen door meerdere mensen
1.
- Het woord slaapzaal staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "slaapzaal" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044628142 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be