slaapwel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slaap·wel

Tussenwerpsel

slaapwel

  1. een goede nachtrust gewenst
    • Welterusten lieve jongen van me zei de moeder, slaapwel. 

Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.