slaapmiddel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slaap·mid·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slaapmiddel slaapmiddelen
verkleinwoord slaapmiddeltje slaapmiddeltjes

Zelfstandig naamwoord

slaapmiddel o

  1. (farmacologie) een geneesmiddel dat slaap veroorzaakt, in de zin van makkelijker in slaap vallen en/of langer doorslapen
    • Mogelijk schrikken grootgebruikers terug voor „het stigma verslaving”, oppert Paling. Zeker is dat veel gebruikers geen idee hebben hoe gevaarlijk de slaapmiddelen kunnen zijn, zegt Paling, die bij Radboudumc in Nijmegen onderzoek doet aan benzodiazepinen.[1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Karel Berkhout 18 februari 2018 Verslaafd aan een pilletje voor het slapen