slaapkamerdeur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slaap·ka·mer·deur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slaapkamerdeur slaapkamerdeuren
verkleinwoord slaapkamerdeurtje slaapkamerdeurtjes

Zelfstandig naamwoord

slaapkamerdeur v/m

  1. de deur van een slaapkamer
    • Via de slaapkamerdeur kun je naar de badkamer. 
    • De bezorgde moeder keek om de hoek van de slaapkamerdeur van de kinderen om te kijken of ze al sliepen. 

Gangbaarheid