skotta

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • skot·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Noorse werkwoord skotte
Naar frequentie > 50000

Bijvoeglijk naamwoord

skotta

  1. rondgekeken
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud skotta mer skotta mest skotta
o enkelvoud skotta
meervoud skotta
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
skotta mer skotta mest skotta
Synoniemen

Werkwoord

skotta

  1. verleden tijd van skotte
  2. voltooid deelwoord van skotte
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

skotta, mv

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van skott (schot, separatiewand)
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

skotta, mv

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van skott (schot, schieten)
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • skot·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Nynorske werkwoord skotte.

Bijvoeglijk naamwoord

skotta

  1. rondgekeken
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud skotta meir skotta mest skotta
o enkelvoud skotta
meervoud skotta
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
skotta meir skotta mest skotta
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
skotta
skottar
skotta
skotta

Werkwoord

skotta

  1. onovergankelijk snel rondkijken om te zoeken of zich te oriënteren.
Schrijfwijzen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • skotta rundt seg
rondkijken
  • skotta til sida
opzij kijken

Werkwoord

skotta

  1. gebiedende wijs van skotta

Werkwoord

skotta

  1. gebiedende wijs van skotte

Zelfstandig naamwoord

skotta,

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van skott (schot, scheepvaart)

Zelfstandig naamwoord

skotta,

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van skott (schot, separatiewand)

Zelfstandig naamwoord

skotta,

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van skott (schot, schieten)