skiskytter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ski·skyt·ter
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie > 50000

Zelfstandig naamwoord

skiskytter m

  1. (sport) biatlonsporter (mannelijke vorm)
  2. (sport) biatlonsportster (vrouwelijke vorm)
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   skiskytter     skiskytteren     skiskyttere     skiskytterne  
genitief   skiskytters     skiskytterens     skiskytteres     skiskytternes  
Synoniemen
Hyperoniemen