skiffeuse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • skif·feu·se
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord skiffeuse skiffeuses
verkleinwoord skiffeusetje skiffeusetjes

Zelfstandig naamwoord

skiffeuse v

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
15 % van de Vlamingen.