skiester

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • skie·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord skiester skiesters
verkleinwoord skiestertje skiestertjes

Zelfstandig naamwoord

de skiesterv

  1. (persoon) (sport) vrouw die zich glijdend over sneeuw verplaatst met lange latten die aan de voeten zijn bevestigd
Schrijfwijzen
  • skister (officiële spelling tot 2006, mogelijk per abuis)
Verwante begrippen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be