skiester

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • skie·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord skiester skiesters
verkleinwoord skiestertje skiestertjes

Zelfstandig naamwoord

skiester v

  1. vrouw die skiet

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie