skibox

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

skibox
Uitspraak
Woordafbreking
  • ski·box
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord skibox skiboxen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

skibox m

  1. lange smalle koffer die op het dak van een auto geplaatst kan worden voor het vervoer van ski's
    • Horeca-uitbater Evert de C. uit IJzendijke vertelde hem naar zijn zeggen dat het aanvankelijk helemaal niet de bedoeling was om Stijn Saelens in 2012 dood te schieten bij zijn kasteel in West-Vlaanderen. Hij zou worden ontvoerd in een skibox op het dak van een Mercedes-Jeep waarmee De C. naar Noord-Brabant zou rijden. Twee handlangers zouden de Vlaming dan vermoorden, waarna De C. met de skibox naar een crematorium in Duitsland zou rijden. Iemand die hij daar kende, zou de skibox met het lichaam voor 375 euro laten verdwijnen. [1] 
    • Foto's van de rode auto van het gezin laten zien dat de crash hevig is geweest en de ravage groot. Het voertuig ligt op zijn kop, de skibox kapot naast de auto. De achterbak lijkt volgestouwd met vakantiespullen. Rond de auto liggen kinderkleren en -boekjes. [2] 
    • Wietze, vermomd en wel in Qmusic-muts en bril staat in een Rotterdamse winkelstraat enorm te stuntelen met zijn skibox. Hoe krijg je zo'n gevaarte in je eentje op de auto? Veel voorbijgangers kijken hem geïrriteerd aan. ,,Niet zo'n handige plek hè", krijgt hij onder meer naar zijn hoofd geslingerd. Het duurt bijna anderhalf uur (!) voordat er iemand is die Wietze komt helpen. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen