skibock
Uiterlijk

- ski·bock
| m | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | skibock | skibocks |
| verkleinwoord | - | - |
de skibock m
- (sport) brede ski met daarop een zitting, die als een soort slee wordt gebruikt om besneeuwde hellingen af te dalen
- ▸ De skibock is een carveski met een klein zitje waarmee u met ruime bochten de ski piste afkomt.[1]
| o | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | skibock | - |
| verkleinwoord | - | - |
het skibock o
- geen meervoud (sport) afdaling van besneeuwde hellingen met een slee in de vorm van een brede ski met een zitting
- Het skibock vormt een nieuw onderdeel van de wintersportvakantie.
- Het woord skibock staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie “Skibocken” (10 januari 2024) op bedrijfsuitjewinterberg.nl
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Betekenis zonder meervoud in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal